Hier staat gewoon wat meer informatie over het Syndroom van Dravet (of, zoals het ook heet: Severe Myoclonic Epilepsy in Infancy).
Helaas is er weinig over bekend, maar af en toe vind je wat op internet. Het een en ander staat hier gewoon in willekeurige volgorde.
Het is allemaal gewoon "gejat" van andere websites en zoveel mogelijk geprobeerd de bron te vermelden. Als dit ergens is vergeten, SORRY!
Nog niet alles in al vertaald in het Nederlands.

Van: www.whonamedit.com:
Waar komt de naam "syndroom van Dravet" (Severe myoclonic epilepsy of infancy) vandaan?
Van de "ontdekker": Charlotte Dravet, een Franse psychiater epilepsie deskundige, geboren 14 juli 1936. Van 1965 tot 2000 werkte zij aan het Centre St. Paul van de Universiteit van Marseille, waar o.a. Henri Jean Pascal Gastaut (1915-1995) en J. Roger tot haar collega's behoorden.
Charlotte studeerde af op de universiteit van Marseille als een psychiater gespecialiseerd in infantiel neuropsychiatrie. In haar medische proefschrift, gemaakt onder toezicht van Henri Gastaut in 1965, bestudeerde ze de epilepsie die later de naam het syndroom van Lennox-Gastaut zou krijgen.
Charlotte Dravet werkte altijd in het Centre Saint-Paul in Marseilles met Joseph Roger, Michelle Bureau en Pierre Genton. Haar interesse was gefocused op het uittekenen van epileptische syndromen bij epilepsie in de kinderjaren, de psychologische consequenties van epilepsie, de progressieve myoclonische epilepsie en hun genetica, aangeboren misvormingen van de baby van epileptische vrouwen and aanverwante studies.
Haar belangrijkste bijdrage was op het gebied van myoclonische epilepsie met nadruk op benign en severe myoclonis epilepsy in infancy. Deze laatste vorm, het Syndroom van Dravet, is inmiddels erkend als één van de meest kwaadaardige syndromen op deze leeftijd en wordt uitgebreid bestudeerd door anderen.
Charlotte Dravet is President van de “French League Against Epilepsy” en lid van “Commission on Classification of Epilepsies” van de ILAE. Tevens is ze een ambassadeur voor epilepsie. De geeft lezingen op vele congressen, geeft les en heeft diverse publicaties op haar naam staan. Inmiddels met pensioen, zet ze haar werk voort in Frankrijk en Italië om de zorg voor mensen met epilepsie te verbeteren.
Van: www.whonamedit.com:
Dravet's syndrome
Synonyms:
Epilepsy with polymorphic seizures, polymorphic epilepsy of early infancy, severe myoclonic epilepsy of/in infancy.
Associated persons: Charlotte Dravet
Description:
Severe myoclonic epilepsy of infancy. This very rare syndrome is delimitated from benign myoclonic epilepsy by its severity and is closely related to Lennox-Gastaut syndrome and Doose’s myoclonic-astatic epilepsy. Onset in first year of life. Symptoms peak at about 5 months of age with febrile hemiclonic or generalized status epilepticus. Boys twice as often affected as girls. Prognosis is poor. Only about 300 cases described. Most cases are idiopathic, about 25 percent may be familial.
Bibliography:
C. Dravet: Les epilepsies graves de l’enfant. Vie Médicale 1978, 8: 543–548.

Van: www.kennisring.nl:
Wat is het Dravet syndroom?
Dravet syndroom is een epilepsiesyndroom. Kinderen met Dravet krijgen epileptische aanvallen en hebben een ernstige verstandelijke beperking.
De epilepsie begint al heel jong, als het kind ongeveer vijf maanden oud is. De eerste aanvallen worden vaak uitgelokt door koorts. De aanvallen kunnen lang duren, soms wel drie uur. De eerste twee jaar zijn de aanvallen het zwaarst. Daarna zijn er meestal aanvallen zonder koorts of andere uitlokker.
Kinderen met Dravet ontwikkelen zich normaal tot hun tweede jaar, daarna leren zij meestal nog maar weinig nieuwe dingen. Zij hebben vaak neurologische afwijkingen en evenwichtsproblemen. Veel kinderen hebben wel geleerd om te staan en te lopen, en blijven dat ook doen.
Bij een kwart van de patiënten komen meer epileptische aanvallen voor in de familie. Er lijkt dus sprake te zijn van een erfelijke aanleg. Toch is er meestal maar één kind met Dravet in een gezin.
Dravet wordt vastgesteld met een EEG. De diagnose is lastig te stellen omdat er rond de eerste aanvallen nog geen afwijkingen te zien zijn. De kinderen zijn vanaf hun tweede jaar vaak gevoelig voor lichtflitsen. DNA-onderzoek kan de diagnose bevestigen.
Dravet is niet te genezen. De behandeling bestaat uit het voorkomen en goed bestrijden van koorts en een zo licht mogelijke 'onderhoudsbehandeling' van epilepsie. Vroeger kregen kinderen met Dravet veel verschillende medicijnen, maar dat gebeurt tegenwoordig niet meer. De bijwerkingen waren groot en het effect te klein. Als er toch een aanval is, wordt die wel snel en stevig behandeld met medicijnen.
Het is belangrijk dat deze kinderen niet te warm worden. Zij mogen bijvoorbeeld niet in sterk zonlicht.
Meer informatie over Dravet syndroom vindt u op www.dravet.com. Deze site is gemaakt door ouders van een patiënt. U vindt er ervaringsverhalen, informatie en adviezen.

Uit: Episcoop 3-2000:
Het syndroom van Dravet is een vrij zeldzaam syndroom. Er zijn maar enkelen in Nederland die aan dit syndroom lijden. De eerste tekenen vertonen zich als een kind, dat voerigens tot dan toe gezond is, gemiddeld rond de vijf maanden is.
Het kind krijgt gegeneraliseerde of halfzijdige convulsies bij koorts. Daarna volgen vaak aanvallen zonder koorts. Tussen de een en vier jaar krijgt het kindje last van een aantal verschijnselen, waaronder myoclonieën die geïsoleerd optreden of in korte reeksen. Vaak gebeurt dit een paar keer per dag. Meestal blijft het kind bijbewustzijn, soms is er sprake van valpartijen.
De oorzaak van de aandoening is onbekend. In 25 tot 60 procent van de gevallen komt de aandoening in de familie voor. Op het EEG zijn bepaalde kenmerken te zien bij het syndroom van Dravet: er is vaak lichtflitsgevoeligheid als het kindje tussen de half en twee jaar is. Als therapie wordt een aantal medicijnen gebruikt.
Kinderen die het syndroom van Dravet hebben, ontwikkelen zich slechts tot een bepaalde leeftijd. Ze hebben last van neurologische afwijkingen en evenwichtsproblemen. Ongeveer de helft van de kinderen boven de tien jaar heeft een IQ van minder dan 50.

Bron: Medisch centrum de Klokkenberg
Ernstige myoclonische epilepsie van de zuigeling
· Begin eerste levensjaar(gemiddeld vijf maanden) bij een tevoren gezond kind.
· Soms voorafgegaan door enkele weken met lichte myoclonieën, treden op: Gegeneraliseerde of halfzijdige convulsies bij koorts.
· Daarna aanvallen zonder koorts.
· Tussen één en vier jaar vooral myoclonieën:
- geïsoleerd of in korte reeksen
- vaak meerdere per dag
- bewustzijn in het algemeen in tact
- soms met valpartijen
- segmentaal: beiderzijds in de ledematen of in het gelaat
- ook in rust optredend, maar toenemend bij bewegen
· Stagnatie van de ontwikkeling en neurologische afwijkingen en evenwichtsproblemen.
· Bepaalde EEG - kenmerken; vaak lichtflitsgevoeligheid in een vroeg stadium (tussen een half en twee jaar).
· Etiologie is onbekend. In 25 tot 60 % van de gevallen komt de aandoening in de familie voor.
· Therapie: De werkzame medicamenten zijn phenobarbital, valproaat en benzodiazepine en van de laatste groep clonazepam (rivotril) en nitrazepam(mogadon) beter dan clobazam(frisium).
· Prognose is ongunstig:
- Vaak blijven er gegeneraliseerde tonisch - clonisch nachtelijke aanvallen.
- Altijd is uiteindelijk sprake van mentale retardatie; ongeveer 50% van de kinderen boven 10 jaar heeft een IQ van minder dan 50.

Bron: PubMed:
Severe myoclonic epilepsy in infancy (Dravet's syndrome). Its nosological characteristics and therapeutic aspects
By Nieto Barrera M, Candau Fernandez Mensaque R, Nieto Jimenez M. Unidad de Neurologia Pediatrica, Hospital Universitario Virgen del Rocio, Sevilla, Espana. July 2003
AIMS: Severe myoclonic epilepsy in infancy (SMEI) is an epileptic syndrome recognised by the ICE of 1985 and 1989 and in the proposal put forward by the ILAE Task Force on Classification and Terminology in 2001. In this paper, its historical development, nosological characteristics and treatment are described.
DEVELOPMENT: Although identified by Dravet in 1978, it has been called severe myoclonic epilepsy in infancy since 1981. As an alternative the name polymorphic epilepsy has also been put forward and in 2001 the ILAE recognised the eponym Dravet's syndrome. We describe how it may be mistaken for febrile convulsions in the early stages and later for Lennox Gastaut syndrome, Doose's myoclonic astatic epilepsy and certain progressive myoclonic epilepsies. We outline the risk factors, recognised in 1992, that facilitate an early diagnosis and the defining clinical criteria established in 1984. We point out the existence of atypical forms due to the absence of some of the defining criteria, which will never be above one, to formulate a diagnosis of SMEI. The frequency with which a family background of febrile convulsions and epilepsy appears seems to point to a genetic origin. Recently, de novo mutations have been found in the alpha subunit of the voltage dependent sodium channel as well as mutations in the gamma subunit of the GABAA receptor. Nosologically, it is located in group 3 of the 1989 ICE, which corresponds to epileptic syndromes without a focal determination, or which are generalised, and on the list of epilepsy/syndromes that was presented in 2001. SMEI is an epilepsy syndrome which is, in most cases, resistant to classical and new AED, and other more unusual treatment. The drugs that have proved to be more effective, although only relatively so, are topiramate, valproate and the benzodiazepines. At present another alternative that has appeared is stiripentol. Intravenous use of immunoglobulins can be useful.
CONCLUSIONS: Dravet's syndrome, admitted as such by the ILAE in 2001 and probably caused by de novo mutations in the sodium channels or in the GABAA receptors, is one of the severest forms of epilepsy in infancy with very little or no response to current antiepileptic drugs. Those that have been seen to be most effective are topiramate, the benzodiazepines, valproate and, more recently, stiripentol.

| Dravet's Syndrome (severe myoclonic epilepsy in infancy) By Charlotte Dravet Date of submission: August 16, 1993 Date of update: August, 1999 Medline SEARCH DATE: August, 1999 |
|
HISTORICAL NOTE AND NOMENCLATURE |
